De grote treinroof van Michael Crichton

Titel De grote treinroof
Oorspr. titel The great trainrobbery © 1965 | Vertaling: H.J. Oolbekkink
Gegevens Paperback | blz. 253| Elsevier  | 1976
ISBN 9010015327
NUR/NUGI -
Gelezen van 6 t/m 9 okt 2009
Waardering
Inhoud:

1855. Koningin Elisabeth regeert. De Krim-oorlog is in volle gang. En in Londen wordt een supermisdaad voorbereid: de grootste treinroof van de eeuw.

Eenmaal per maand vertrekt er een speciale trein van Londen naar Parijs, beladen met goud, bestemd voor het Engelse leger dat in Rusland oorlog voert. De wagon met de kostbare inhoud, veilig opgeborgen in loodzware kluizen, wordt zwaar bewaakt. Het is onmogelijk de kluizen onrechtmatig te openen want daarvoor zijn vier sleutels nodig.

Toch ligt er iemand op de loer. De knappe en charmante Edward Pierce - een malle aristocraat of een doortrapte misdadiger? - ontwerpt een fantastisch plan voor een supermisdaad. Samen met zijn handlangers uit de duistere onderwereld van het Victoriaanse Londen: de beeldschone Miriam, de sinistere Barlow en de gladde Agar, moet hij heel wat halsbrekende toeren verrichten om de vier sleutels te pakken te krijgen....

Recensie:

Spectaculaire treinroof in historische setting
 
Als we het over De Grote Treinroof hebben, denkt bijna iedereen meteen aan de beroving van de posttrein in 1963 door Ronnie Biggs en consorten waarbij ze 2,6 miljoen pond (toen zo'n 120 miljoen gulden) buit maakten. Maar bijna 100 jaar eerder werd een trein met goudstaven, bestemd voor de Engelse troepen op de Krim t.w.v. 12.000 pond, op eveneens spectaculaire wijze beroofd. Ook toen was mijn verbijsterd over deze vermetele daad maar om heel andere redenen dan men in eerste instantie zou verwachten.

Overvallen en berovingen zijn van alle tijden - zakkenrollen is waarschijnlijk het ťťn na oudste beroep ter wereld - maar het is de manier waarop een roof wordt uitgevoerd die bepaalt of het de voorpagina van de krant haalt of niet. Ondanks dat we (bank)overvallen veroordelen, is er ook een stille bewondering voor de rovers zolang er maar geen bloed bij vloeit. Banken worden toch vaak gezien als onderdeel van het establishment en hoewel ze ons ten dienste staan, hechten we weinig geloof aan de edele motieven van de directie. De woekermarges op sommige financiŽle producten, de hebzucht van de toplaag en de buitensporige bonussen - ondanks de crisis werd in 2009 in Engeland nog 6,5 miljard aan extra beloningen in de financiŽle sector uitgekeerd - doen het imago van de bedrijfstak geen goed. Het is dan ook niet verwonderlijk dat mannen als Biggs als helden worden gezien als ze een bank te slim af zijn. De maanden, soms jaren, van voorbereiding, het doorzettingsvermogen en geduld van de bankrovers dwingen een zekere mate van respect af. Vooral als de rovers de meest ingewikkelde en geavanceerde beveiligingssystemen weten te omzeilen. Dat dergelijke prestaties tot de verbeelding van het grote publiek spreken, blijkt wel uit de vele  boeken en films die over dit thema zijn verschenen o.a. The Italian Job, The Inside Man, Ocean's Eleven en The Great Trainrobbery dus.

Er waren in de 19e eeuw meer berovingen en ook met een grotere buit dan bij De Grote Treinroof maar in de inleiding legt Michael Crichton uit waarom deze specifieke overval destijds zoveel commotie veroorzaakte. Daarna begint hij met de reconstructies van de feiten van de roof aan de hand van getuigenverklaringen, rechtbank- en krantenverslagen en andere historische documentatie.
Naast deze spraakmakende roof schetst Michael Crichton tevens een prachtig beeld van het Victoriaanse Engeland halverwege de 19e eeuw met de heersende opvattingen en gebruiken. De erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden - werkweken van 72 uur waren niet ongebruikelijk - de positie van de vrouw, de industriŽle vooruitgang en de moeilijkheden die de snelle groei van Londen met zich meebracht zoals bijvoorbeeld de grote hoeveelheden paardenpoep op straat, iets wat je je tegenwoordig in deze metropool nauwelijks nog kunt voorstellen.
 
Het boek bevat veel verouderde woorden en "slang" als sneezers, spinozer, koefnoen en palingvilder. Ben je benieuwd wat deze woorden betekenen en wil je weten hoe Scotland Yard aan zijn naam komt, wat de Penny-waslijn inhield en welke markt de opstandingshandel bediende dan kan ik dit boek van harte aanbevelen. Maar ook vanwege het verslag van een spectaculaire, schaamteloze en onmogelijk geachte treinroof met een onkraakbare brandkast die toch gekraakt werd.
 
© RtH 18-11-2009