Daniel Easterman

De achtste plaag 1993

Titel De achtste plaag
Oorspr. titel Name of the beast ©  1992 | Vertaling: Els Franci-Ekeler
Gegevens Paperback | blz. 454 | De Boekerij | 1993
ISBN 90 225 1554 0
NUR/NUGI 331 (thriller)
Waardering 4
Inhoud:

Islamitisch fundamentalisme, terrorisme, spionage en de rijke geschiedenis van Egypte zijn enkele van de ingrediënten van Daniel Eastermans De Achtste Plaag.

Egypte: Egyptologe A'sisha Manfaluti vindt in een pas ontdekte graftombe een uitzonderlijk mooie mummie. Wanneer zij de linnen windsels voorzichtig losmaakt staart zij verbijsterd in het gezicht van de dode. Het is haar man...

Egypte bevindt zich in een kritische situatie. De Islamitische fundamentalisten dreigen het land onder de voet te lopen. De wereld houdt de adem in: aanslagen zijn aan de orde van de dag. de meest gevreesde terrorist is al-Qurtubi: gewetenloos, meedogenloos en dodelijk. Michael Hunt, ex-MI 5, aanvaardt de onmogelijke opdracht:  al-Qurtubi onschadelijk maken en Egypte en de rest van de wereld van de ondergang redden. Maar dan, alsof er een bijbelse vloek over de natie is uitgesproken wordt het land gegeseld door een plaag die zijn weerga niet kent...

Recensie:

Door de vele windsels het verband niet meer zien.

In het voorwoord van De achtste Plaag bedankt Easterman zijn vrouw Beth voor de feedback en opmerkingen als hij te ver doordraafde. Ook prijst hij zijn uitgevers in Londen én New York die hem met tact wezen op zijn bombastische opzet. Blijkbaar heeft zijn vrouw uit liefde en de publicisten uit respect voor hem niet het achterste van hun tong laten zien want het is ondanks hun commentaren en verbeteringen nog steeds een pompeus boekwerk geworden. Halve bladzijden worden vol geschreven over de elementen en omgeving. Een voorbeeld: "Hij keek naar de zeevogel die zijn vleugels schrap zette tegen de harde wind en zich toen als een baksteen in de ruwe zee liet vallen. Wind en hoge, brekende golven, een zilte geur in de lucht. De golven waren groen en hadden schuimkoppen, boten lagen aan lange ankerkettingen in de oostelijke haven, de verre horizon zonk weg in een donkere, gevaarlijke zee van paars, die eruitzag alsof hij met waterverf was geschilderd. De wolken hingen laag, de ganzen staken hun kop in de draaiende wind. De witte Bruid van de Zee was een kort moment omcirkeld, gesierd en verguld vóór de duisternis viel. Het verleden echode in de matte spiegel van het heden, de kleurige schepen rezen en daalden klotsend in de vermoeide haven, Qaitbay lag er honingkleurig bij in de ondergaande zon."

Het is dat ik eerder (beter) werk van Easterman heb gelezen en hij een plekje op mijn fansite heeft, anders had ik het boek na 100 bladzijden aan de kant gegooid en nooit weer een boek van hem gepakt. Ik had in het begin geen idee waar het verhaal over ging of waar het naartoe zou gaan.

Daniel Easterman is een autoriteit op het gebied van fundamentalistische controversiële religies. Hij schrijft ook nog steeds academische stukken over Islamitische onderwerpen en hij weet ontzettend veel over de Oosterse cultuur, geschiedenis en diverse geloofsvormen maar zijn kardinale fout is om die kennis in iedere regel te etaleren. Of het nu gaat over een wijk, straat, kledingstuk, eten, kerk of café, het Arabische equivalent wordt genoemd. Ik wijt dat eerder aan zijn mededelingsdrift dan aan zijn praalzucht maar het leest niet altijd even prettig. Pas over de helft van het boek werd zijn stijl van schrijven veel directer en pakte het verhaal ook beter. Het was zelfs even spannend te noemen.

De achtste plaag is 454 bladzijden dik, als
Easterman wat compacter had geschreven en minder gezwollen dan was het nog enigszins te pruimen geweest. Nu is het een langdradig, taai verhaal geworden met een vaag plot. Het is als een mummie met teveel windsels. Je blijft maar afwikkelen en door alle zwachtels zie je het verband niet meer. Uiteindelijk blijft er te weinig van waarde over die de inspanning rechtvaardigde.

© RtH 01-05-2008