Het is 1665 en Jamaica is een kleine, afgelegen Engelse kolonie
die wanhopig standhoudt tegen een omringende Spaanse overmacht.
De hoofdstad Port Royal is een stad vol kroegen, boeven en
hoeren. Je sterft er even snel door een dolksteek als door
dysenterie. De ideale plek voor kapitein Hunter, een handige
jonge duvel uitgerust met een aantrekkelijk uiterlijk, een
scherp oog voor buitenkansjes en elastische mores.
Hunters kans dient zich aan als een Spaans galjoen, zwaar
beladen maar licht bemand, ligt te wachten op een escorte in de
haven van een nabijgelegen eiland. Kapitein Hunter zeilt uit met
een even veelzijdige als kleurrijke bemanning en zal, met
goedkeuring van de gouverneur van Jamaica, het goudschip
veroveren. Maar hij begeeft zich in gevaren die groter zijn en
wateren die dieper zijn, dan hij ooit had kunnen vermoeden…
Recensie:
Avontuur bestaat nog
Na het helaas te vroege overlijden van
Michael
Crichton op
zesenzestig-jarige leeftijd werd in zijn nalatenschap nog een
half afgeschreven en een voltooid manuscript gevonden. Voor het
eerste wordt een auteur gezocht die het af kan maken; het
afgerond geheel is postuum uitgebracht als Piraten.
"Als een schip uit Engeland onderweg naar Port Royal een galjoen
in de haven van Mantanceros spot, vermoedt kapitein Hunter dat
het om een Spaans galjoen gaat dat volgeladen met goud en zilver
uit de nieuwe wereld in afwachting is van een konvooi naar
Spanje. Hij besluit het schip met toestemming van de gouverneur
te kapen. Hunter bedenkt een gewaagd plan en omringt zich met
een aantal duistere maar talentrijke figuren die hij nodig heeft
om zijn gedurfde voornemen tot een goed einde te brengen. Het
eiland is namelijk zo goed als onneembaar en de Spaanse
bevelhebber Cazalla is een zeer geduchte tegenstander. Daarnaast
kent het Caribische gebied ook nog andere gevaren".
Crichton
neemt je in Piraten mee naar het 17e eeuwse Port Royal op
Jamaica, een Engelse enclave in een Spaanse wereld. Omdat de
Engelse gouverneur niet genoeg manschappen had om de haven te
verdedigen - Karel II had het grootste deel van zijn troepen
teruggetrokken uit geldgebrek - kreeg iedereen die tegen de
Spanjaarden en Fransen wilde vechten een warm welkom in deze
stad. Op deze manier kregen zeerovers en andersdenkenden een
vrijhaven en de gouverneur een gratis afweer tegen zijn
buitenlandse belagers.
Hunter, een stoutmoedige en charmante kapitein, voelt zich prima
thuis in de Caribische wateren en Port Royal, dat een mooie
uitvalshaven biedt om Spaanse schepen te kapen die volgeladen
met zilver en goud - buitgemaakt in Midden-Amerika - langs
Jamaica terugvaren naar het moederland.
Een armada van Spaanse schepen overvallen, is echter schier
onmogelijk: de vloot is zwaar bewapend en bovendien bevind zich
op één galjoen al gauw meer dan duizend bemanningsleden: een te
grote overmacht om te enteren. Maar een galjoen afgesneden van
zijn konvooi kan met de juiste tactiek, het nodige vernuft en
voldoende moed - eigenschappen die Hunter in voldoende mate
bezit - worden gekaapt.
Tijdens het lezen moest ik vaak denken aan de stripboeken van
Kapitein Roodbaard; de schrik van de zeven zeeën. Hunter
herinnerde me aan zijn aangenomen zoon Erik, de sterke Moor had
Baba kunnen zijn, alleen de slimme Driepoot ontbrak hoewel de
Jood daar ook voor door kan gaan.
Volgens het nawoord schijnt Hunter werkelijk te hebben geleefd
evenals enkele andere opgevoerde personages in het boek. Ook een
aantal gebeurtenissen zoals de aardbeving in 1662 zijn
waargebeurd.
Piraten is in mijn ogen geen thriller maar een spannende
avonturenroman waarvan ik in mijn tienerjaren zou hebben
gesmuld maar waar ik nu toch de nodige diepgang in mis. Het is
een prettig leesbaar en spannend verhaal maar ook voorspelbaar
ondanks de op het eind enigszins onverwachte wending maar te weinig om
het ver boven het gemiddelde uit te tillen. Piraten is
lekkere lectuur voor op het strand onder een palmboom met een
koud glas rumcola bij de hand.
©
RtH 11-7-2010